Door op 5 januari 2014

Politieke spelregels

In elk systeem kennen we regels, soms zijn ze vastgelegd, soms zijn het mondelinge afspraken. Regels gelden overal: binnen families, leefgemeenschappen, de politiek, binnen bedrijven en verenigingen. De meeste omgangsregels in het dagelijkse leven zijn gebaseerd op algemeen geldende normen en waarden, ze zijn niet officieel vastgelegd maar worden in eigen maatschappij, omgeving en dagelijkse kring redelijk goed nageleefd. Als dat niet gebeurt wordt de ‘overtreder’ door anderen gecorrigeerd. Dat gebeurt in gezinnen maar ook bij bijvoorbeeld een voetbalclub.

Deze zogenaamde omgangsregels hoeven overigens niet voor iedere groep dezelfde te zijn. M.a.w. er zijn verschillen over wat hoort en wat niet hoort. Dat maakt het ingewikkeld maar ook boeiend. Het is altijd verstandig je te realiseren dat de regels zoals jij ze kent en toepast niet per definitie altijd elders hoeven te gelden.

Verschillen in omgangsvormen tussen mensen uit bijvoorbeeld Groningen en Limburg zijn er zeker, 40 jaar geleden waren ze overigens nog vele malen groter.

Verschillen in omgangsvormen tussen mensen uit bijvoorbeeld Nederland en Italië zijn ook nu nog heel opvallend.

Binnen de politiek gelden ook allerhande regels, soms zijn ze vastgelegd in een verordening en soms zijn ze vanzelfsprekend, een ‘ongeschreven regel’ zoals dat heet.

Een van deze ongeschreven regels in de lokale politiek is dat als één partij zich als eerste manifesteert met een onderwerp door daar bijvoorbeeld vragen over te stellen, de andere politieke partijen even pas op de plaats maken. Kortom, het is eenvoudigweg ‘not done’ dat een andere partij in zo’n situatie aansluitend komt met eigen activiteiten op hetzelfde terrein. Degene die het eerst aan zet was maakt het rondje af en pas daarna komen de andere partijen als daar nog redenen toe zijn.

Deze ongeschreven regel lijkt in 2013 niet meer gehanteerd te worden in Heerde zoals bij de politieke gang van zaken rondom de vuurwerkverkoop bij Van der Put waarbij VVD en PvdA aan zet waren op basis van deze ‘regel’. Plotseling en daarbij ook nog ongekend snel zag men de CU een inhaalmanoeuvre maken . . .

Misschien was dat vooral een beschermingsactie m.b.t. de eigen wethouder . . . .

Een andere regel, ruim 10 jaar geleden wél opgeschreven, is die van het dualisme. De afstand tussen raad en college is daarbij groter dan tijdens het voorheen geldende monisme toen de wethouders deel uitmaakten van de gemeenteraad.

Het pure dualisme is in Heerde nooit als zodanig strak in praktijk gebracht, ons dualisme houdt een beetje het midden tussen dualisme en monisme. Het is eerder monistisch dan dualistisch te noemen, de wethouders genieten steun en bescherming vanuit de coalitiepartijen, waarbij opvalt dat niet al de coalitiepartijen even kritisch zijn.

In mijn beleving heeft het dualisme de afgelopen 12 jaren stapsgewijs per nieuw college een stukje verder zijn intrede gedaan.

Met dat eigen (tijd)pad en eigen inhoudgeving is op zich niets mis. Maar nu na de komende gemeenteraadverkiezingen weer een deel van de raadsleden en collegeleden uit het monistische tijdperk afscheid gaan nemen van de actieve politiek (Westerkamp en Den Boef) wordt het extra interessant om te zien hoe het Heerder dualisme zich verder ontwikkelt en hoe de beide oudgedienden die nog overblijven (Gerrit van Dijk van de VVD en Ben van der Linde van de CU) zich gaan opstellen en hoe flexibel zij zijn bij het verder ontwikkelen van het dualisme in de gemeentepolitiek.